Waarom is acupressuur gemakkelijker wetenschappelijk te onderzoeken dan shiatsu?

Shiatsu of acupressuur onderzoeken?

Bij acupressuur kan men een veel eenvoudiger onderzoeksopzet maken.

Bijvoorbeeld:

  • Groep A krijgt gedurende 5 minuten druk op PC6 (Neiguan).
  • Groep B krijgt druk op een niet-acupunctuurpunt.
  • Vervolgens vergelijkt men misselijkheid, hartslag of angst.

Hier wordt slechts één variabele veranderd: de locatie van de druk.

Daardoor kan men statistisch veel beter onderzoeken of een specifiek punt een effect heeft.

Acupressuur is dus methodologisch gemakkelijker te “ontvlechten” van alle andere factoren.

Voorbeeld: misselijkheid na chemotherapie

Er bestaan tientallen gerandomiseerde studies naar druk op PC6 (Neiguan) voor:

  • zwangerschapsmisselijkheid;
  • postoperatieve misselijkheid;
  • misselijkheid door chemotherapie.

De behandeling bestaat vaak uit slechts:

  • een polsbandje;
  • enkele minuten druk;
  • zelfbehandeling door de patiënt.

Dit is relatief eenvoudig te standaardiseren.

Een volledige shiatsubehandeling van 60 minuten is daarentegen veel moeilijker te standaardiseren.

Waarom acupressuur gebruiken als bewijs voor shiatsu?

In de bekende review van Long et al. (2011) werden slechts 9 echte shiatsu-studies gevonden, tegenover meer dan 70 studies over acupressuur.

De auteurs concludeerden daarom dat het bewijs voor shiatsu beperkt is maar dat acupressuuronderzoek aanwijzingen kan geven over mogelijke werkingsmechanismen van shiatsu.

Met andere woorden:

  • Shiatsu = weinig studies, maar volledige therapie.
  • Acupressuur = veel studies, maar slechts één onderdeel van shiatsu.

Wat zijn de beperkingen van deze benadering?

Vanuit het perspectief van shiatsu-therapeuten is er een belangrijk bezwaar.

Een vergelijking

Stel dat je wilt onderzoeken waarom een symfonie ontroert.

Je besluit slechts één vioolpartij te analyseren.

Je leert daardoor veel over die viool, maar niet noodzakelijk waarom de volledige symfonie werkt.

Hetzelfde geldt voor shiatsu.

Een positief effect van druk op één punt verklaart niet automatisch:

  • het effect van meridiaanwerk;
  • de therapeutische relatie;
  • lichaamsbewustwording;
  • diepe ontspanning;
  • de integratie van meerdere technieken.

Daarom stellen veel onderzoekers tegenwoordig dat shiatsu moet worden onderzocht als een complexe systeeminterventie, vergelijkbaar met:

  • fysiotherapie;
  • osteopathie;
  • psychotherapie;
  • multidisciplinaire revalidatie.

Moderne visie

Binnen de hedendaagse onderzoekswereld groeit het besef dat zowel acupressuur als shiatsu waardevolle informatie leveren, maar op verschillende niveaus.

Acupressuur Shiatsu
Onderzoekt specifieke punten Onderzoekt het gehele behandelsysteem
Gemakkelijk te standaardiseren Sterk geïndividualiseerd
Hoge interne validiteit Hogere klinische relevantie
Verklaart lokale effecten Verklaart globale effecten
Vaak RCT-onderzoek mogelijk Vaak pragmatische studies nodig

Men zou kunnen zeggen dat acupressuur voor shiatsu een rol speelt die vergelijkbaar is met die van een enkel geneesmiddelmolecuul binnen een volledige medische behandeling: het helpt werkingsmechanismen te onderzoeken, maar vertegenwoordigt niet noodzakelijk het volledige therapeutische effect.

Bovendien is de totale impact van een reeks handelingen – zoals gebruikelijk binnen shiatsu – niet noodzakelijk gelijk aan de som van de  impacten van deze handelingen. Zij kunnen immers elkaar versterken of geheel of gedeeltelijk opheffen.

Voor de shiatsupraktijk betekent dit dat het huidige wetenschappelijke bewijs het sterkst is voor afzonderlijke drukpuntinterventies (acupressuur), terwijl het bewijs voor volledige shiatsubehandelingen nog volop in ontwikkeling is.

Daarom is de steeds terugkomende kritiek op de onderzoeken m.b.t. sthiatsu dat er meer onderzoeken nodig zijn met grotere populaties.Dat betekent echter niet dat shiatsu minder werkzaam is, maar wel dat het wetenschappelijk moeilijker te onderzoeken is met klassieke gerandomiseerde onderzoeksmodellen.